Logo Utrecht University

Media en Cultuur – Academische Vaardigheden en Onderzoek

1. Fenomeen en object

Allereerst is er een fenomeen dat je intrigeert en waar je iets over te weten wilt komen. Dat is specifieker dan ‘het onderwerp’ op zich, en heeft minstens twee termen die een verband leggen, bijvoorbeeld: ‘Retroprogramma’s op tv en cultureel geheugen’; ‘Actiefilms en opvattingen over mannelijkheid’; ‘Mobiele telefonie en relatiemanagement’; ‘Voetbalfans en internetcommunities’. Neem iets wat je echt intrigeert, want je zult er een paar weken mee bezig zijn. Houd ook de andere schijven in je achterhoofd: waarover is waarschijnlijk nog niet veel bekend, wat zou de maatschappelijke of praktische relevantie kunnen zijn, welke relatie is er met theoretische debatten?

Werk van daaruit toe naar een verdere toespitsing: welke concrete casus (dan wel object, corpus, steekproef – afhankelijk van het type onderzoek dat je verricht) kan licht werpen op dat fenomeen? Baken dat scherp af: welke retroprogramma’s of actiefilms ga je analyseren; welke precieze gebruikersgroep van mobieltjes; welke fangroep van welke voetbalclub met een internetsite?

Je stuit bijvoorbeeld op ‘retroprogramma’s’ zoals I Love the 80s en Dat waren de jaren tachtig. Je hebt de indruk dat dit soort programma’s steeds vaker worden uitgezonden.

Hoe komt dat en wat is dat voor een cultureel verschijnsel? Wat voor relatie zou er kunnen zijn tussen de inhoud en de vorm van deze programma’s en het historische besef van het publiek? Is het een kwestie van commerciële strategie en lage productiekosten? Je bedenkt dat je ouders deze programma’s leuk vinden, jijzelf eigenlijk ook, maar doen jullie dat wel om dezelfde redenen? Bij wie slaat het aan, zijn daarin verschillende groepen te onderscheiden, en heeft dat te maken met de inhoud van de programma’s? Je hebt het idee dat naar dit soort programma’s nog weinig onderzoek is verricht. Je hebt ook de indruk dat je op basis van zo’n onderzoek zou kunnen bijdragen aan algemene inzichten in de relatie tussen media, cultuur en maatschappij. En je wilt verbanden leggen tussen de economie/productie van dit soort programma’s, hun inhoud en vorm en de receptie daarvan. Maar dat is veel te veel, je zult keuzes moeten maken. Zo kun je tot een formulering komen waarin het fenomeen en de specifieke casus op elkaar worden betrokken: ‘De relatie tussen retroprogramma’s op de Nederlandse televisie en het culturele geheugen: Een discoursanalytisch onderzoek naar de interpretatie van het recente verleden in I Love the 80s’.


Lees meer over:

Of ga naar: